Helder,
eenvoudig en kleurrijk zijn de schilderijen van Jeroen Allart.

Met zijn nieuwe landschappen vult hij zes kabinetten van het GEM. Eerder
maakte hij Allart humoristische schilderijen van katten, konijnen en andere
dieren, maar ook van cowboys, brandweermannen, molens en boten.
Het werk van Allart (1970) heeft een verfrissende lichtvoetigheid. Zijn
verrassend eenvoudige schilderijen behoeven dan ook geen ingewikkelde
uiteenzettingen.
Bijna geen andere kunstenaar toont zo direct wat hij wil laten zien: de
kop van een paard, een stoere brandweerman of zoals nu in het GEM, landschappen.
Het woord landschapsschilderkunst roept associaties op met een ver verleden,
maar voor wie het werk van Jeroen Allart gezien heeft, verdwijnen deze
direct.
De landschapsschilderijen zijn elk opgebouwd uit de volledig gestileerde
elementen weiland, lucht en boerderij. Door de simpele vormentaal en de
duidelijke kleuren die Allart hanteert, doen de landschappen dus grafisch
aan.
Dit is niet toevallig: voordat Allart zich op de Rijksakademie en de Willem
de Kooning academie het schilderen eigen maakte, doorliep hij het Grafisch
Lyceum.
Deze serie schilderijen straalt daarnaast door de onderwerpskeuze, duidelijke
vormen, maar zeker ook door het heldere kleurgebruik een zekere rust uit.
Voor de serie landschappen in het GEM heeft Allart zich dan ook laten
inspireren door het Groningse landschap.
gem /
Haags Gemeentemuseum Den Haag
Zoeken
naar dat ene, ultieme beest

Kunstenaars houden niet van eenvoud. Het oude Mulisch-adagium, 'De kunst
is, het raadsel te vergroten', is nog altijd populair bij veel schilders
en installatiemakers. Eenvoud, helderheid, simpelheid, dat is voor striptekenaars,
kinderboekillustratoren en verkeersbord-ontwerpers. Wat dat betreft kan
de Rotterdamse kunstenaar Jeroen Allart enig lef niet worden ontzegd.
Op zijn expositie in Aschenbach en Hofland Galleries is ieder raadsel
uitgebannen. Neem de eerste vijf doeken op de expositie, die zich als
volgt laten omschrijven: konijn, groep konijnen, konijn voor huisjes,
ooievaar, groep sternen - en dat is precies wat ze zijn. De achtergronden
zijn egaal blauw of rood of geel, iedere beweging is uitgebannen. Kijk
maar, lijkt Allart uit te roepen, er staat precies wat er staat! Dat Allart,
net als de dierenvriend Dick Bruna, een grafische achtergrond heeft, is
nauwelijks verrassend. Hij doorliep het Grafisch Lyceum, voordat hij zich
op de Rijksacademie bekwaamde in het schilderen. Daar maakte hij al een
prachtig Aap-Noot-Mies-achtig boekje van eigen werk met onder anderen
een schaap, een schip en een lepelaar. Toch lijkt Jeroen Allart niet direct
Bruna-achtige ambities te hebben. In zijn eenvoud past hij beter bij een
andere artistieke school: die van kunstenaars die zoeken naar het ene,
ultieme beest of voorwerp. Het konijn der konijnen, de molen der molens.
En, zoals Allarts expositie aantoont, dat valt nog niet mee. Neem Allarts
queeste naar het konijn. Hij heeft duidelijk iets met deze snuffels, maar
slaagt er desondanks niet in een trefzeker exemplaar neer te zetten. Het
bruine geval bij de ingang is te onbeholpen, de groep witjes ernaast mist
volume. Het best getroffen is nog het witte geval dat op Konijn bij Durgerdam
tegen het doek op hupt. Maar toch, ondanks Allarts verwoede pogingen is
er geen enkel konijn dat de wollige anekdotiek overstijgt. Prachtig en
raak daarentegen zijn de twee doeken van een groep sternen. Ook hier overheerst
eenvoud en kinderlijke helderheid, maar bij deze vogels is dat geen enkel
probleem. De verklaring ligt voor de hand: met hun zwarte koppen en helderrode
snavels zijn sternen bij uitstek, grafische, vogels. En precies die helderheid
haalt het beste in Allarts werk naar boven. Dat blijkt ook de rode draad
op de rest van deze expositie. De konijnen en het doek met kraanvogels
verzinken in hun eigen wolligheid, maar als Allart een boot schildert,
een groep sternen of een lepelaar dan hechten die zich in je geheugen.
Alsof ze daar altijd al gezeten hebben.
Hans
den Hartog Jager /
NRC
de schilderijen
van jeroen zijn een verademing

Over zijn werk hoef je als toeschouwer niet lang na te denken, hier is
direct duidelijk wat de kunstenaar je wilt laten zien: de kop van een
lepelaar bijvoorbeeld, een lammetje of zoiets als een volgeladen containerschip.
allart heeft niets met conceptuele kunst. sterker nog, hij is van mening
dat kunst (of kunstenaar) en toeschouwer de laatste decennia veel te ver
uit elkaar zijn gedreven. hij brengt alles weer onder een noemer. allart
schildert alleen die dingen, die hem persoonlijk boeien. dingen waar hij
een bepaalde schoonheid in ziet en die hij graag wil laten zien. daartoe
bestudeert hij zijn onderwerpen grondig om ze vervolgens zo rudimentair
mogelijk weer te geven. dat is zijn kracht. hij schildert onderwerpen
vaak tegen een strakke eenkleurige achtergrond. eerder schilderde deze
kunstenaar mannen met stoere beroepen als brandwerman en cowboy. momenteel
hebben dieren en schepen zijn aandacht.
de afgelopen twee jaar heeft allart op de rijksakademie geexperimenteerd
met twee andere disciplines: keramiek en beeldhouwkunst.. bij zijn beelden,
die opgebouwd zijn uit hout en vervolgens voorzien zijn van een strakke
en glanzende laag kleurige verf, gaat hij op een vergelijkbare wijze te
werk als tijdens het schilderen. voor een meeuw bijvoorbeeld brengt hij
een bezoek aan de collectie van naturalis, het natuurhistorisch museum
in leiden, waar hij verschillende meeuwensoorten bekijkt en tekent. zijn
uiteindelijke beeld is dan ook samengesteld uit de essentie van drie verschillende
soorten. daarin volgt hij het spoor van paulus potter die zijn beroemde
stier ook uit meerdere voorbeelden opbouwde. zowel allarts schilderijen
en beelden doen in hun eenvoud denken aan prentboeken en kindertekeningen.
hoewel allart niet perse kindertekeningen en prentkunst wil maken, zoekt
hij in zijn uitvoering deze overeenkomst bewust op. toch zijn zijn onderwerpen
uiteindelijk net even te gecompliceert om voor 'kinderkunst' door te gaan.
dat geld ook voor de tegeltableaus, die een combinatie lijken te zijn
van stripfiguren en oeroude spreekwoorden en gezegden. op het eerste gezicht
vertrouwd en bekend, bij nader inzien blijken het lang niet allemaal officiele
spreekwoorden te zijn - de helft is door de kunstenaar zelf verzonnen
- en bovendien is die komieke vogel erbij een vreemde eend in de bijt.
het voelt vertrouwd en herkenbaar wat allart doet en bovendien is zijn
werk vaak geestig. dat brengt die verademing teweeg!
kunstbeeld
2002
sandra spijkerboom:
De eenzame cowboys van Jeroen Allart

Eerst
schilderde hij koppen, die hij zelf beschrijft als heroïsch en melancholiek.
Om daarvan los te komen nam hij zich voor landschappen te schilderen maar
omdat ze er naar zijn zin te leeg uitzagen, zette hij er dieren in. Een
hond, hert of schaap, geschilderd in de bedrieglijk eenvoudige stijl en
heldere kleuren. In hun eenzaamheid waren de dieren even hero•sch
en melancholiek als daarvoor de koppen en later zijn matrozen en cowboys.
Of kaboois, zoals hij zelf consequent zegt. Stoere kaboois.
Zijn die eenzame matrozen en cowboys ook symbool voor de kunstenaar zelf?
Het is een teruggetrokken bestaan. Als schilder heb je de eenzaamheid
hard nodig. Ik moet soms een hele week in mÕn eentje staan te ploeteren
om een schilderij af te maken. Een cowboy in het atelier. Ik dweep ook
wel een beetje met de romantiek die rond cowboys en zeelieden hangt. Alles
klopt aan hun outfit, die hero•sche associaties oproept. Zeeman
lijkt me het ideale beroep. Een groot schip. Een half jaar op, een half
jaar af. Al die kerels die zich op zee moeten zien te redden. Ik heb ooit
nog overwegen naar een rederij te stappen om aan te monsteren, maar dat
bleek nog een heel gedoe te zijn. Een zoetwatermatroos, zo zie ik mezelf.
Hoe kies je de dieren die je schildert? Waarom schilder je de ene diersoort
wel en de andere niet? De aaibaarheidsfactor is bij mij altijd erg hoog.
Een dier moet voor mij iets aandoenlijks hebben. Ik zal niet snel een
varken schilderen. Of een hagedis, of een krokodil, dieren waarmee ik
me niet kan vereenzelvigen. Ik moet zoÕn dier willen zijn om het
te kunnen schilderen. Sommige vogels bijvoorbeeld zijn zo mooi van zichzelf.
Een stern is net een wedstrijdschaatser. Een vorm waaraan alles klopt.
Dat zie je niet alleen bij dieren, maar ook bij schepen en vooral bij
molens. Die zijn van zichzelf al zo ontiegelijk mooi. Ik streef ernaar
een schilderij te maken dat even perfect is als de onderwerpen die ik
schilder. De rest komt dan vanzelf: de meerwaarde, de emotie, de tijdloosheid
misschien. Maar in eerste instantie gaat het me puur om de esthetische
vorm. Wat afleidt van de essentie laat ik weg, de karakteristieken vergroot
ik uit. Bij vogels schilder ik geen afzonderlijke veren, om te voorkomen
dat het schilderij al te naturalistisch wordt. Ik ben er schaamteloos
op uit om de kijker te behagen. Dat is mijn kracht, denk ik. Mijn werk
appelleert aan instinctie die mensen hebben geleerd te wantrouwen. Althans,
in de kunst. En daarbij ga ik een flinke dosis vrolijkheid niet uit de
weg. Die dient tegelijk als tegenwicht voor de melancholie die niet uit
mijn werk is te bannen.Heb je een voorkeur voor kleur? Oudhollands homoblauw.
Dat woord gebruikte een voorbijganger toen ik bezig was mijn huis op te
schilderen. Een zelfde tint gebruik ik vaak in mijn schilderijen: het
hemelsblauw van vergeelde ansichtkaarten.
zone
5300 2004
Pieter van Oudheusden

|